Ik bid nooit, zelfs niet even,
maar ik zeg wel dank.
Voor alle vrouwen in mijn leven,
sommigen voluptueus anderen rank
Van die ene met de mooie ogen,
tot haar die tegen me heeft gelogen.
Ze hebben me allemaal wat gegeven,
voor altijd of voor heel even.
De eerste vrouw was die me baarde,
de eerste die mij ook bij verdriet bedaarde.
Ze zorgde voor mijn eerste lach en eerste traan,
onvoorwaardelijke liefde zonder welke ik niet kan bestaan.
De tweede en vierde zijn eigen vlees en bloed,
en die tweede werkte vaak op mijn gemoed.
Zij het water, zij het bloed,
mijn zuster en haar kleine, het leven is goed.
De derde heeft mijn hard gebroken,
me van huis en haard verstoken.
Maar de eerste liefde was het waard,
zij heeft mij ook mijn lieve zoon gebaard.
Helaas zij liet me slechts een waakvlam in mijn hart,
gekneusd en verbitterd, mijn ziel verhard.
Voor mij geen liefde meer, dat was dood.
totdat ik één paar mooie gooise ogen in mijn hart sloot.
Ik wist dat ik nog liefhebben kon,
onbeantwoord maar dankbaar voor een hart dat opsprong.
Ik was niet stuk, niet meer van steen,
De bitterheid verdween.
De vierde en dat staat buiten kijf,
liet het bloed weer razen door mijn lijf.
Liet mijn hart brullen in mijn keel,
gaf weer betekenis aan mijn mannelijk erfdeel.

Ik voel mij weer een echte man,
zo één die de wereld aan kan.
Met vol vertrouwen.
kan ik weer van het leven houden.
Er zijn er meer die zonder hun weten, hebben gebouwt aan Haaghs gestel.
Ik zeg u zonder deze vrouwen was mijn leven pas echt een hel.
Zij maakten mij tot wie ik ben vandaag.
Dames mijn dank, was getekend met alle liefde,
allemaal een dikke kus van Deh Haagh.